Interview met Frans Ankoné - Opening Tentoonstelling Yves & Catherine

6 september 2019 - 7 september 2019

Op 8 september opende de nieuwe tentoonstelling Yves & Catherine: Une histoire d’amour. Mooi om dit met iedereen te vieren op 6 en 7 september tijdens de speciale preview!

De tentoonstelling werd op een spetterende wijze geopend op 7 september voor onze zakelijke relaties, namelijk door middel van een inspirerend verhaal dat filmprogrammeur Gerlinda Heywegen vertelde over de ideale Franse actrice Catherine Deneuve en haar acteerwerk. Het verhaal werd gevolgd door een interview tussen de beroemde stylist Frans Ankoné en Gemma Boon over zijn tijd in New York bij de Avenue, Vogue en The New York Times waar hij gewerkt heeft met de couture van Yves Saint Laurent. In het interview leest u meer over Frans' ervaringen met het merk Yves Saint Laurent. 

Net als op de preview avond eindigden we het programma met een modeshow met de pret-a-porter collectie uit zaal 3. Na afloop was er de mogelijkheid om het museum te bekijken middels een tour langs de kunstwerken met toelichting van Gemma. 

Meer foto's van de opening vindt u op de Facebookpagina van Museum No Hero.

  

 


Het interview met Frans Ankoné leest u hier.




Frans Ankoné over Yves Saint Laurent


Gemma:
“Niet alleen heb ik Frans leren kennen als een uiterst charmante en prettige gesprekspartner, hij weet ook alles over de hoogtijdagen van de haute couture. Frans, je hebt in het verleden gewerkt voor Avenue, Vogue en The New York Times en in die tijd heb je ook gewerkt met de couture van Yves Saint Laurent. Kan je ons meer vertellen over hoe dat gaat? Het voorbereiden op een fotoshoot met zo’n bekende modeontwerper?” 

Frans: “Het is niet altijd heel gemakkelijk, je gaat eerst naar de show. De show van Saint Laurent is altijd in een hele mooie barokke zaal, in het Continental hotel. Die zaal is niet erg groot, dus er zijn altijd twee shows, een om tien uur en een om twaalf. In die tijd, in de jaren tachtig/begin negentig, was er natuurlijk geen telefoon en je mocht niets opschrijven of meenemen. Je moest zelfs de jas onder de stoel proppen. Bij de shows waren zo’n tweehonderd mensen in een té kleine zaal, we zaten echt boven op elkaar. Je moest dus heel erg voorbereid zijn om dat goed te doen. 

Alle outfits van Saint Laurent hadden een nummer. Die werden omgeroepen door een microfoon door de partner van Saint Laurent, Pierre Bergé. Het was een goede geheugensteun voor je, aangezien je niets op kon schrijven en er geen volgordelijst was van de mannequins. Bij Yves Saint Laurent was dit wel beter dan bij heel veel anderen, omdat hij zo’n onvoorstelbaar interessante casting had voor modellen. Alle modellen kende je bijna. Hij was ook een van de eerste die heel veel gekleurde modellen gebruikte. 

Je zocht dan de outfits uit die je graag wilde fotograferen en na de show nam je contact op met de PR, of je ging er langs, en je gaf aan welke kledingstukken je wilde fotograferen. Je moest het dan tot ‘s nachts fotograferen, want overdag werd het gepast door klanten, die speciaal waren binnengevlogen. Het probleem was dat als je niet voor een heel groot tijdschrift werkte, ik werkte eerst voor Avenue, dan had je altijd tweede keuze. Als je geluk had, kreeg je de modellen die je wilde, maar het gebeurde ook vaak dat die naar een belangrijker blad gingen. Maar bij Saint Laurent waren ze het meest georganiseerd, die brachten het naar de studio. Een keer ging ik het zelf ophalen, en dan hebben ze van die grote zwarte zakken waar de kleren in zitten, en daar zaten briefjes op van welk tijdschrift het was, welke studio het was en welk nummer van de uitgave het was, dus welke outfit. Ik zag dat Vogue de twee nummers had die ik absoluut wilde fotograferen. Maar ik was de enige die persoonlijk daar de spullen was gaan afhalen, ik heb gewoon de briefjes verwisseld. Natuurlijk wel met een heel kloppend hart. Maar we fotografeerden wel in dezelfde studio, dus ik dacht: wat er ook gebeurt, ik kan het meteen naar ze terugbrengen. Wij waren ook veel eerder begonnen dan zij, dus het was gelukt. Maar dat kan je natuurlijk maar één keer doen.”


Gemma: “Je mocht daarna toch nog werken voor Vogue, dus je hebt het toch niet zo slecht gedaan. Er is dus een prototype die wordt op de catwalk getoond, en dat prototype is dan ook hetgeen dat wordt gebruikt voor klanten om te kijken wat ze willen hebben. In zaal 1, de belangrijkste zaal van deze tentoonstelling, zie je zo’n prototype. De eerste die je ziet is een jurk met veren aan de voorkant, dat is een jurk uit de collectie van Modemuseum Hasselt in België, en dat is een prototype geweest op de catwalk. Catherine Deneuve en de jurken hier, hoe zit dat nou precies? Zij heeft haar eigen collectie hier, zijn die jurken nou uniek of niet?”


Frans: “Die jurken zijn heel vaak uniek, omdat ze voor speciale gelegenheden werden gemaakt, maar omdat zij dagelijks Saint Laurent droeg, waren er ook genoeg dingen die uit de pret-a-porter collectie kwamen, maar zij had in haar jongere jaren een mannequin maat dus zij kon ook de modellen van de catwalk aan, dus er werden ook wel dingen op en neer gestuurd.”


Gemma: “Wij hebben een mysterie rondom deze zwarte jurk met veren, wij hebben een foto gevonden van Catherine Deneuve in een jurk met zwarte veren die precies nagenoeg dezelfde lijkt te zijn, op de veiling in Christie’s waar wij onze jurken hebben aangekocht zat er zo’n zelfde jurk bij, maar met witte veren. Dus ons raadsel is, is het nou dezelfde jurk die wij hier op zaal hebben als dat zij heeft gedragen op de foto, of zouden er misschien meerderen in omloop zijn geweest?”


Frans: “Er werden van een model natuurlijk wel meerderen gemaakt. Maar dat werd allemaal in boeken bijgehouden, zodat klant X, die heel goed bevriend was met klant Y, niet op hetzelfde feestje kwamen met dezelfde jurk. Ze betaalden er natuurlijk zoveel geld voor, dat zou absoluut onmogelijk zijn.”



Gemma: 
“Het klopt dus dat Catherine Deneuve daar nooit geld voor heeft betaald, toch?”


Frans: “Zij heeft hier nooit geld voor betaald, maar zij heeft hem natuurlijk ook heel groot gemaakt. Zoals de film Un Conte de Noël, daar komen zoveel typische Saint Laurent kledingstukken in voor, waardoor hij volkomen is doorgebroken dus ze versterkten elkaar. Ze waren niet alleen vrienden, maar ze versterkten elkaar in het werk en ook in de tijd dat Saint Laurent een down periode had vanwege te veel drugsgebruik, depressiviteit etcetera, was zij er altijd aan het eind van de show, als hij bijna niet helemaal meer goed het podium op kon komen, kwam zij hem altijd helpen. Dus dat was heel teder.”


Gemma: 
“Wij hebben het vandaag over Yves Saint Laurent en zijn ontwerpen op de catwalk, kan je vertellen wat er nou zo anders is aan Saint Laurent dan de andere grote ontwerpers, waarin onderscheid hij zich?”


Frans: “Allereerst onderscheidde Saint Laurent zich van ieder ander doordat iedereen zo close met elkaar was, het was een soort familie wat bij bijna alle anderen nooit gebeurde. Plus alle mensen die daar werkten, bleven er jaren werken, tachtig procent tot aan hun dood. Maar Saint Laurent werd beroemd, omdat hij een van de weinigen couturiers was die uit de ivoren toren stapte om ook de straat op te gaan. Hij was de eerste die pret-a-porter begon, de eerste die streetwear, bijvoorbeeld leren jasjes en leren broeken, vertaalde naar haute couture. Er zijn een heleboel kledingstukken waar Saint Laurent bekend door is, een daarvan is de smoking. In iedere collectie die hij deed was hier een variatie op. Of als jurk, als overall, als jas, of tweedelig, er zijn lego variatie van. Er is ooit een keer een tentoonstelling geweest van Saint Laurent in Parijs, in het Grand Palais, en daar stonden tachtig verschillende smokings. Echt opzienbarend om te zien.”


Gemma: “We hebben een smoking in zaal 1, ook van Modemuseum Hasselt, en heel wat mooie mantelpakjes die Catherine Deneuve trouwens ook op de rode loper droeg, dat is ook wel bijzonder om te weten.”


Frans: “Als je heel goed kijkt naar de mouwinzet, dat is echt bijzonder bij Saint Laurent, aan de zijkant zie je dat er altijd iets te veel ruimte zit bij de kop en het valt altijd kaarsrecht. Dat is een techniek die heel erg moeilijk is. Je moet maar eens kijken naar het filmpje van Leon Klaassen Bos in zaal 2. De binnenkant van de jurken zijn eigenlijk veel interessanter dan de buitenkant. Die binnenkant is zo onvoorstelbaar mooi gemaakt, bij hem zit er altijd in de taille. Vooral de jurken die gedrapeerd zijn, waarvan je denkt ‘oh die hebben ze even omgeknoopt, daar zit geen constructie in’, daar zit de meest ingewikkelde constructie in. Er zit altijd een korset in, of een taillebandje waardoor alles op de plaats blijft. Dus ieder anders loopt te trekken aan de jurk dat het maar goed blijft zitten, het komt niet ter sprake, het zit altijd goed en je voelt je geweldig.”


Gemma: “Mijn volgende vraag kan natuurlijk niet uitblijven: Wat is jouw favoriete stuk in onze tentoonstelling?”


Frans: “Yves Saint Laurent en ik hebben iets gemeen met elkaar, ik heb ook een huisje in Marrakesh en daar is een terreur en die is in knalpaars met knalrood en dat heet tailleur Bougainville, het is geïnspireerd op Marokko. Dat tailleur heeft alles in zich wat Saint Laurent is: Kleur. Hij was een van de masters in kleurgebruik, hij was ook een van de eersten die als couturier zulke felle kleuren gebruikte.”


Gemma: “En bijzonder om te weten dat dat specifieke ensemble door Catherine Deneuve niet een keer op de rode loper is gedragen, maar verscheidende keren. Het is dus ook zo dat als ze iets heel erg mooi vond en ergens heel blij mee was, dat ze dat dan ook graag droeg en niet bang was om daar twee keer in gezien te worden. Leuk eraan is dat er ook een lange rok bij zit en een kortere, dus ze kon wisselen. Met de fotoserie heb ik ze allebei aan mogen hebben, dus dat is ontzettend gaaf. 
Frans, we hadden het net over de hoogtijddagen van de haute couture, ik las vanmorgen de Volkskrant dat de hoogtijdagen over zijn en wat er nu voor in de plaats is gekomen. De meeste mensen zijn het wel met elkaar eens dat dat min of meer te beschrijven is als ‘chaos’. Het is allemaal wat minder gestructureerd, wat minder duidelijk. Wat vind jij van de modewereld als je kijkt naar de hoogtijdagen en nu, wat is er veranderd?”


Frans: “Er is natuurlijk heel veel veranderd, ook in de haute couture, ik vind helemaal niet dat de haute couture dood is, het is alleen heel anders geworden. Vroeger was het een studio met ideeën en die werden later vertaald naar pret-a-porter. Nu is dat niet meer zo. Nu gaat het om het handwerk, het borduur, het artisanale dat er nog wat staat. We mogen blij zijn dat het toch opnieuw leven krijgt door jongere ontwerpers. Wat er heel ingewikkeld is nu, iedereen heeft het over sustainability, dat moet absoluut gebeuren want de mode-industrie is de meest vervuilende industrie die er is, dus er zou een heleboel moeten gebeuren. Maar wat het allerbelangrijkst is, is dat we kijken naar hoe krijgen we de klanten ervan af dat we maar steeds blijven kopen? Hoeveel kun je kopen? Waarvoor moet er constant iedere week iets nieuws bij H&M of Zara gekocht worden? Waarom is het niet zo dat je liefde voor je eigen kleding hebt, zodat je ze wil bewaren, ze door wil geven. Dat is op het moment niet meer het geval. Gelukkig zie je langzaam maar zeker een kleine kentering bij nieuwe jonge ontwerpers, natuurlijk is het nu dat ze alles verknippen en oude jurken bij elkaar zetten, daar moeten we even doorheen. Dat duurt een paar jaar. Of het nou oude stukken zijn of het oude stof is, het zijn toch nieuwe kleren. We moeten gewoon de mensen bijbrengen dat ze meer liefde krijgen voor hun eigen spullen, dat je ze kunt verstellen en nieuwe knopen op kunt zetten. Dat gebeurt gewoon niet meer. Als je ziet hoeveel er verbrand en vernietigd wordt, dat is echt schandalig.”


Gemma: “Ik vind het mooi dat je dat zegt Frans, want wij hebben hier ook in het magazine een stuk over van Emma van der Burgh, een van de voorvechters hiervan. Ze maakt bijna alles wat ze draagt zelf. Ik ben zelf een groot voorstander van het hergebruiken van kleding, we zijn hier gek op kledingruils in Enschede, ik denk dat iedereen die dat concept nog niet kent zich hierin moet verdiepen. 
Ontzettend goed om jouw visie daarop te zien. Kan je ons ook al iets zeggen over hoe dat gaat zijn over tien jaar? Heb je daar enig zicht op?”


Frans: “Hier heeft niemand zicht op. Het is echt een chaos, iedereen is het wel aan het onderzoeken. Dus Burberry heeft besloten om niets meer te verbranden, maar weten toch niet hoe ze ervan af moeten. H&M heeft magazijnen vol. De prijzen moeten gewoon omhoog. We moeten ervan af dat je een T-shirt koopt van twee euro, daar kunnen mensen niet van betaald worden. En het kan ook geen goede kwaliteit zijn. Dus koop er twee van twintig, in plaats van tien voor twee. Daar zullen we toch een beetje naartoe moeten. Wat ze ook de laatste tijd deden is dat merken heel veel shows veel weggaven. Dus Chanel showt in Tokyo, Luis Vuitton in Buenos Aires, alle mensen moeten er naartoe gevlogen worden, het kost klauwen met geld. Het zou echt moeten veranderen.”


Gemma: “En het mooie is met deze Yves Saint Laurent tentoonstelling is dat wij er ook een kleine aanzet toe geven, want hoe vaak het ook wordt gezegd, en soms niet helemaal terecht, heel veel van de jurken hebben een bepaalde tijdloosheid. Wat ook heel belangrijk is voor het sustainability standpunt, dat je inderdaad dingen opnieuw kunt dragen omdat dingen die ontzettend mooi zijn gemaakt gewoon vaak nog steeds leuk zijn om te dragen.”


Frans: Hoe mooi is het als je iets van je grootmoeder hebt of van je moeder. Bijvoorbeeld als herinnering, je kan het vermaken. Waarom niet?