Tentoonstelling - Ich bin ein Berliner

15 april 2018 - 7 februari 2019

De stad Berlijn is een levend organisme dat voortdurend transformeert. De inwoners vormen de stad, maar de stad vormt op haar beurt de mensen die er wonen. Zij worden tot de neo-expressionisten of Nieuwe Wilden gerekend. Het persoonlijke verhaal van deze kunstenaars vormt de rode draad van de tentoonstelling. 

Thuis in Berlijn

Geert Steinmeijer, initiatiefnemer van Museum No Hero, is zelf onderdeel geweest van het organisme Berlijn, toen hij enkele maanden in de stad verbleef tijdens zijn studie bedrijfskunde aan de Universiteit Groningen.

Ik voelde me direct thuis in deze stad. Ik werd verwelkomd, omarmd, onderdeel van de dynamiek van de stad. Ik voelde me nooit een buitenstaander die door het raam naar binnen keek, zoals in Parijs of Londen. Ik voelde me ‘ein Berliner’, zoals Kennedy het noemde in zijn ijzersterkte speech, meer dan twintig jaar voordat ik de stad leerde kennen.”

Steinmeijer heeft vanuit zijn persoonlijke drijfveren de afgelopen jaren een indrukwekkend aantal werken van de Nieuwe Wilden uit de periode 1975-1990 verzameld. Deze selectie vormt het zwaartepunt van de tentoonstelling ‘Ich bin ein Berliner’. De kunstenaars zijn, net als Steinmeijer, geen van allen geboren Berlijners, maar de stad adopteerde hen en nam hen op alsof zij in de stad geboren waren. 

Kunstenaars

Rainer Fetting

Rainer Fetting (Willemshaven, 31 december 1949) is een Duitse schilder en beeldhouwer. Fetting was een van de medeoprichters en hoofdrolspelers van de Galerie am Moritzplatz in Berlijn, opgericht in de late jaren 70 door een groep jonge kunstenaars (voornamelijk schilders) uit de klas van Karl Horst Hödicke aan de voormalige Berliner Hochschule für Bildende Künste (tegenwoordig Universität der Künste genoemd). Thema's die veel in het werk van Fetting terugkomen, zijn het leven in de grote stad, (zelf)portretten, de natuur en erotiek. Sinds 1983 woont en werk Fetting afwisselend in Berlijn en New York en beide steden komen vaak terug in zijn werk. Naast schilderijen begon Fetting in de jaren 80 met het maken van bronzen sculptuur, waaronder het drie meter grote beeld van de Westduitse bondskanselier Willy Brandt. 

A.R. Penck

A.R. Penck, pseudoniem van Ralf Winkler (Dresden, 5 oktober 1939 - Zürich, 2 mei 2017), was een Duits kunstschilder, graficus, beeldhouwer en jazzdrummer. Hij werkte ook onder de pseudoniemen Mike Hammer, T.M., Mickey Spilane, a.Y. en Y.

Penck had het gedurende zijn leven verschillende keren aan de stok met de Oost-Duitse autoriteiten. Op verschillende momenten werd zijn werk door de overheid in beslag genomen, dit had waarschijnlijk te maken met het gedachtegoed dat Penck aanhing en het feit dat hij ernstig tegen de verdeling van Duitsland was. Nadat in 1979 vernielingen werden aangericht in zijn atelier besloot hij te vluchten naar West-Duitsland. Daar werd zijn werk in de jaren 80 erg populair en begon hij over de gehele wereld te exposeren. Werken in zijn kenmerkende beeldtaal gebaseerd op pictogrammen, graffiti en primitieve menselijke vormen bevinen zich sindsdien in museale collecties over de hele wereld. 

Elvira Bach

Elvira Bach (Neuenhain, 22 Juni 1951) is een Duitse kunstenares. Hoewel Bach het meest bekend is om haar schilderijen, maakt zij ook beelden in verschillende materialen. Bach studeerde in de jaren 70 tegelijk met Rainer Fetting aan de Hochschüle der Künste in Berlijn. In de jaren 80 behoorde zij met haar studiegenoten toe aan de Junge Wilde. Haar (inter)nationale doorbraak kwam in 1982 toen zij haar werk mocht exposeren op de dokumenta 7 in Kassel. 

 

Sindsdien is ze wereldwijd bekend om haar kleurrijke zelfportretten waarin ze haar identiteit en vrouwelijkheid onderzoekt. Dit doet ze aan de hand van kleur, vorm en bekende iconografische motieven. Haar eigen leven, zoons, bloemen en het feit dat ze deel uit mag maken van deze wereld zijn grote inspiratiebronnen voor Bach. Ze werkt en woont momenteel in Berlijn en veel van haar werk is in het bezit van museale of privécollecties. 

Luciano Castelli

Luciano Castelli (Lucerne, 28 september 1951) is een Zwitsers kunstenaar die in veel media werkt. Naast schilder is hij fotograaf, beeldhouwer, filmmaker, muzikant en performance artist. Na zijn studie met Max von Moos in zijn eigen thuisstad, verhuisde hij in 1978 naar Berlijn waar hij zich aansloot bij de Junge Wilden. Hij raakt vooral goed bevriend met Rainer Fetting en Salomé en gedrieën maken zij ook samen kunst. Met Salomé treedt hij zelfs een tijdje op als band genaamd Geile Tiere. 

 

In 1989 settelde Castelli zich in Parijs en begon hij met behulp van een Camera Obscura met het maken van Revolving Paintings. Deze schilderijen kunnen gedraaid worden en hebben geen definitieve boven- of onderkant. Vooral de laatste jaren wordt Castelli weer groeiend populair en zijn er veel internationale tentoonstellingen van zijn werk geweest. Daarnaast verscheen een boek met zijn zelfportretten. 

Salomé

Salomé (Karlsruhe, 24 augustus 1954), een pseudoniem voor Wolfgang Ludwig Chilarz is een Duits kunstenaar. Hij studeerde eerst architectuur in Karlsruhe voor hij in 1973 naar Berlijn verhuisde. Daar begon hij aan de Hochschüle für Bildende Kunste en leerde daar Rainer Fetting en Elvira Bach kennen. Zo kwam ook hij bij de Junge Wilde terecht, hij zei hierover dat zij zich af wilden zetten tegen het minimalisme en de expressie weer terug wilde brengen in de kunst. Inspiratie haalde hij bijvoorbeeld uit de werken van de expressionist Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938).

 

Ook Salomé exposeerde op de dokumenta 7 in Kassel en beleefde hierna, net als Elvira Bach, zijn (inter)nationale doorbraak. Sindsdien is zijn werk te zien in verschillende grote museale collecties over de gehele wereld. Salomé woont en werkt nog steeds in Berlijn en treedt naast zijn werk soms nog steeds op als zanger. 

Galerie am Moritzplatz

West-Berlijn ontwikkelde zich gedurende de Koude Oorlog tot een broedplek voor de Junge Wilde of Nieuwe Wilden, een term die kunstcritici in de jaren zeventig introduceerden voor kunstenaars die losjes gekenmerkt worden door hun expressieve kleurgebruik. In Berlijn wordt deze stroming gerepresenteerd door een groepje kunstenaars die elkaar troffen in de Galerie am Moritzplatz. Rainer Fetting (1949) en Salomé (1954) zochten naar een gemeenschappelijke woning en vonden in de wijk Kreuzberg aan de Moritzplatz een huis pal tegen de muur, waarvan drie verdiepingen leegstonden. De derde etage huurden ze voor 230 mark. Voor de eerste etage zochten ze in hun vriendengroep naar kunstenaars die mee wilden betalen aan de huur. In ruil mochten de meebetalers er tentoonstellingen houden. De galerie werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en gelijkgestemden. Ook Elvira Bach (1951) en de Zwitser Luciano Castelli (1951) kwamen hier gereld. Een zogenaamde zelfhulpgalerie zoals deze, was geen uniek verschijnsel. Jonge kunstenaars in de grote steden namen zelf het initiatief om galeries op te richten om zo hun werk te tonen.

“De zelfhulpgalerieën zoals Galerie am Moritzplatz hebben veel invloed gehad op de kunst van die tijd. Niet alleen in Berlijn, maar ook in Keulen: de Mülheimer Freiheit, waar de kunstenaars zich verenigden en zelf tentoonstellingen organiseerden. En daaraan was – in ieder geval hier in Berlijn – ook altijd een feest gekoppeld. Dat waren echt geweldige party’s. Er was een enorme ‘hunkering naar schilderijen’, zoals Max Faust ooit schreef. Er was een nieuw tijdperk aangebroken, waarin de schilders weer figuratief werkten. Ja, hier in Berlijn, in Keulen, in Hamburg - een doorbraak. Dat was destijds iets geheel nieuws. ” [Elvira Bach, 29 april 2017]

De schilders uit Berlijn in de jaren tachtig vormen geen homogene groep. Het is een bonte mengeling van individuen, die weliswaar op stilistisch vlak wel raakvlakken hebben, maar net zo veel elementen hebben die hen binden als hen scheiden. Bovendien bleef de kunstenaarsscene rondom Galerie am Moritzplatz en de nachtclub SO 36 op de Oranienstraße – in het gezelschap van supersterren als David Bowie en De Rolling Stones – niet lang genoeg bij elkaar om van een stroming te spreken. De kunstenaars rondom Galerie am Moritzplatz raakten elkaar even, zoals trapezeartiesten in het circus, om elkaar daarna net zo snel weer los te laten. Kunstenaars als Elvira Bach, Salomé, Luciano Castelli en Rainer Fetting delen hun expressieve zeggingskracht, waarbij verf op het doek gesmeten lijkt te zijn zonder elk detail te hebben overdacht. 

“Ik analyseer mijn eigen schilderijen niet. Misschien wil ik dat wel niet. Ik wil mijn intuïtie behouden. Dat is waarom ik schilder.” [Rainer Fetting, 2011]

Zij schilderen vaak alledaagse zaken; een wasmachine, een telefonerende man, een kus. Figuratief, met veel kleur. Maar bovenal delen zij hun grote internationale succes, vooral in de jaren voor de val van de muur. Zij braken door, waar anderen achter bleven. Hun kunst werd op kunstbeurzen in heel Europa, maar ook in New York getoond en hun werk werd gretig aangekocht.

Ik kan het niet meer horen, maar het is zo. Wij zijn echt doorgebroken. Door onze beweging, de jaren 80, door de zogenaamde ‘Nieuwe Figuratie’. Dat raakte echt in zwang. Dankzij geweldige galeriehouders. Michael Werner in Keulen bijvoorbeeld. Hij heeft ervoor gezorgd, dat we echt in opmars waren. Penck en alle anderen. Wij eigenlijk – ja, dat klinkt belachelijk, ik praat eigenlijk niet graag in de wij-vorm – maar ik zeg maar de 80-er jaren mensen – het was een groot succes: in Amerika. Ook ik had tentoonstellingen in Amerika, in New York.” [Elvira Bach, 29 april 2017].

De collectie

Berlijn, in zijn schoonheid en zijn ruigheid, gezien door de ogen van o.a. Elvira Bach, Salomé, Rainer Fetting, Anselm Reyle en A.R. Penck, vanaf 15 april 2018 in Museum No Hero, Delden.

De Kus - Reiner Fetting
AR Penck
Elvira Bach-Grüner Akt

Koude oorlog

Dat de muur en de spanningen rondom de scheiding van Oost en West een rol spelen in hun werk, is onbetwist. Maar hoe politiek geëngageerd de kunstenaars zijn, is een punt van discussie. Dat komt voornamelijk omdat er onder de neo-expressionisten een lichte weerstand, soms zelfs argwaan lijkt te zijn, tegenover het gesproken of geschreven woord. Zowel bij Rainer Fetting, Salomé en Elvira Bach is het schilderij zelf de spreekbuis, en niet de kunstenaar of de kunstcriticus.

“Die muur was er gewoon. Galerie am Moritzplatz, waar wij woonden en werkten, lag vlak naast de muur. We keken erop uit, vanuit het raam. Het was deel van onze dagelijkse realiteit. En dus kwam het terug in onze kunst. Onze kunst was politiek, natuurlijk. Alles is politiek. Wij schilderden wat we zagen, dus ook de muur.” [Salomé, 27 oktober 2017]

De kunst van de jaren 1960-1990 is opvallend ‘in het moment’. Dat wat was, werd vastgelegd. Erover praten heeft geen zin, want wat gisteren was, is niet meer interessant. Een haast dierlijke drang om in beeld uit te drukken wat men ervoer in Berlijn, rauw gevoel op doek gesmeten.

“Ik had de behoefte om mezelf in artistieke zin uit te drukken. De snelste manier om dat te doen is natuurlijk de schilderkunst. Het enige dat je nodig hebt, is verf en een kwast.” [Rainer Fetting, 2011]

Juist hierdoor treffen deze schilderijen zo goed de geest van Berlijn, beter dan welke foto dan ook.

Activiteiten